De gevolgen van (post)industrialisatie

De kenmerken van de Industriële Revolutie

·         De Industriële Revolutie voltrok zich voor het eerst in Engeland, maar werd een wereldwijde transformatie. Engeland moest namelijk nieuwe contacten aan te gaan met bijvoorbeeld India en Amerika. De industrialisatie verspreidde zich in rap tempo, maar zeer ongelijkmatig. Dit nam spanningen met zich mee met als gevolg migraties, revoluties en de opkomst en ondergang van grote rijken.

·         De Industriële Revolutie bracht verandering in energieverbruik. Eerst gebruikte men hout of kool, daarna fossiele brandstoffen. Nederland had met zijn turf een voorsprong op economisch gebied ten opzichte van andere landen. Totdat de steenkool zijn intrede deed.

·         De stoommachine was het technologische hart van de Industriële Revolutie in Groot-Brittannië.

o   De stoommachine, waarvan een oerversie al in China, Frankrijk en Engeland ontwikkeld was. De verbetering van deze oerversie werd mede gestimuleerd doordat mijnbouwers moeite hadden het water uit de kool­mij­nen te krijgen. De belangrijkste verbetering stond op naam van de Schot James Watt (1736-1819). Al snel bleek dat de steenkool en de stoommachine ook anders toegepast konden worden, bijvoorbeeld in de textiel- en aardewerkindustrie, of in de ijzergieterijen. Uiteindelijk werden stoommachines ook standaard op locomotieven en schepen toegepast.

·         In Groot-Brittannië was het opkomende sociale, politieke en economische klimaat een vrucht­bare voedingsbodem van vernieuwing: er heerste een klimaat waarin vernieuwing lonend was.

  • Compromissen die werden gesloten tijdens de zogeheten Glorious Revolution, de staatsgreep in 1688-1689, zorgden voor een voorspelbaar belastingregime, minder onzekere eigendomsrechten en een beleid dat gunstiger was voor zakenmensen (bijvoorbeeld het verbod op de import van Indiase stoffen, transportverbeteringen etc.).

Europese en Amerikaanse ondernemers huurden Britse arbeiders in, die in sommige gevallen zelfs werden gedwongen hun kennis en vakkundigheid in het buitenland tentoon te spreiden. Zodoende kon de Industriële Revolutie zich vooral vanaf 1815 door Europa en de Verenigde Staten verspreiden. Duitsland ontwikkelde verreweg de grootste ijzer- en staal­industrie, die zich concentreerde rond het steenkoolrijke Ruhrgebied. Rond 1880 was de Duitse industrie groter dan de Britse.

·         In de periode tot 1880 kwamen de Amerikanen met een paar belangrijke technologische vernieuwingen, maar op het gebied van de handel en het beheer van fabrieken waren zij echte pioniers. ´het Amerikaanse productiesysteem’ hield in dat op grote schaal inwisselbare onderdelen werden gemaakt die vervolgens eenvoudig in elkaar konden worden gezet. Rond 1890 maakte dit systeem de Amerikaanse industrie de grootste ter wereld, een positie die zij nog altijd inneemt.

 

Nadelen industralisatie

·         De aard van het werk werd door de industrialisatie blijvend veranderd zoals:

·       Het werkritme werd niet langer beheerst door de schema´s en de seizoenen van de landbouw, maar door de klok.

§  Werknemers moesten bestand zijn tegen herrie, hitte, stof en soms gevaren.

§  Fabrieksarbeiders verrichtten doorgaans zeer specifieke werkzaamheden en produceerden zelf geen goederen zoals een boer gewassen of een kuiper vaten produceerde.

§  Op de boerderij werkte een familie meestal als een eenheid, maar in de fabriek maakte een arbeider deel uit van een veel groter team.

§  Voor de meeste nieuwe banen hadden de arbeiders beperkte vaardigheden nodig, die door iedereen binnen een paar dagen of weken konden worden geleerd.

§  In tegenstelling tot een familielid kon een arbeider gemakkelijk vervangen worden als hij te veel dronk of te weinig werkte.

§  Ondernemers gaven de voorkeur aan vrouwen en kinderen, omdat die zich minder verzetten tegen de vereiste discipline. (En hun dunnere vingers waren beter geschikt voor een groot deel van het werk.)

§  Echtgenotes en vaders moesten hun gezag ten dele overdragen aan vrouwen, kinderen en fabrieksbazen.

 

De afschaffing van kinderarbeid en de komst van vakbonden zorgden voor verbeterde leefomstandigheden.

 

In de twintigste eeuw groeide de wereldbevolking met 400% en in 2000 werd er dertien tot vijftien keer zoveel energie verbruikt als in 1900. Het gevolg: een ongekende ontwrichting van het milieu. Vanaf 1750 heeft de mens door het verbranden van bossen en fossiele brandstoffen de hoeveelheid kooldioxide in de atmosfeer met ongeveer een derde vermeerderd. Dit speelt een cruciale rol in de temperatuur­regulatie. Dit zijn enkele complexe problemen die opgelost moeten worden door wereldwijde samenwerking.  

 

Postindustrialisatie

Inmiddels leven wij in een samenleving die als ‘post-industrieel’ wordt aangeduid en wordt gekenmerkt door teveel informatie en teveel complexiteit. Wij zijn niet meer de verlengstuk van de machine. Wij hebben nu meer zeggenschap.

 

Hieronder de kenmerken van een industrieel en een post-industrieel leider.

 

industrieel leider

 

post-industrieel leider

 

positie

 

leidt als directeur/CEO een organisatie met afdelingshoofden en medewerkers

 

coördineert een netwerk van gezaghebbende specialisten

 

functie

 

ontwikkelt visie en geeft precies aan hoe deze moet worden verwezenlijkt

 

verenigt en coördineert mensen die dezelfde visie delen

 

werkwijze

 

ontwikkelt eerst visie en zoekt dan mensen die deze kunnen verwezenlijken

 

inventariseert eerst aanwezige passies en kwaliteiten, en ontwikkelt dan visie

 

verwachting

 

medewerkers zijn gehoorzaam aan de leider en loyaal aan de organisatie

 

ieder is competent op eigen terrein en trouw aan de gemaakte afspraken

 

Kenmerken van industrieel en post-industrieel leiderschap

Bron: Stepping Stones, een thematische gang door de geschiedenis, Evert Jan Ouweneel

Ontwikkelen van een moderne samenleving

In de 19e en 20e eeuw hebben we ons ontwikkeld naar een moderne samenleving. Dit is niet zomaar ontstaan, maar door verschillende maatschappelijke processen zoals:

• Schaalvergroting;
Door het onstaan van stoommachines kwam er een een betere industrualisering op gang. De vraag naar producten neemt toe door een explosie in de bevolkingsgroei en een toename van de welvaart. Door betere transport en communicatie, verbetering klimaat en ineentingen konden kinderziektes de kop worden ingedrukt. Tot 1700 werd zelfs de helft van de kinderen niet ouder dan 7 jaar! Een gevolg van de toenemende vraag was dat men efficienter en effectiever ging produceren. Verder komt de globalisering op gang, door een goede infrastructuur. De Europeanen krijgen de mogelijkheid om te vertrekken (i.t.t. de Afrikanen waarvoor geen plek meer was ook door een culturele kloof). Ook natievorming komt op gang: er komen steeds grotere naties.

• Materialisering;
Dit wordt gekenmerkt door secularisatie (Van Dale: het proces waardoor het maatschappelijk leven onttrokken wordt aan de kerk en het geloof). Secularisering kan je koppelen aan relativering. Het gevoelsdenken komt op, er hoeven niet altijd argumenten worden aangedragen: er wordt genoegen genomen met dat voel ik zo. Dit proces kwam na de Verlichting in de 18e eeuw op gang.

• Verplaatsing;
Veel ambachten moeten gedwongen vertrekken naar de stad. In het dorp kan men namelijk niet concurreren met de fabrieken. De dorpen worden eenzijdig. In de stad is alles anders dan in een dorp. In de stad is namelijk geen gemeenschapsdenken en geen sociale controle. Hierdoor komt de individualisering op gang. Veel mensen kunnen niet goed tegen de drastische veranderingen: zij raken ontspoort en sommige belanden zelfs in de criminaliteit. Kerken en verenigingen komen op om het gemeenschapsdenken wederom te bevorderen.

• Versnelling;
Door de uitvinding van de telegraaf was men bereikbaar. Daarna kwamen steeds meer uitvindingen (als de telefoon, en veel later mobiele telefoon en e-mail) om een snelle communicatie op gang te zetten. Een kenmerk van innovaties is dat eerst een selecte groep het gebruikt en dat het daarna tot een gemeenschapsgoed ontwikkeld.

• Nivellering;
Dit is het proces dat alles op elkaar gaat lijken (culturele homogenisering denk aan hokbalpetjes of de ritmes van Afrika). Ook wordt bijvoorbeeld een pizza of een hamburger zo ontwikkeld dat het voor iedereen op de wereld lekker is. Ze moeten beantwoorden aan alle culturen, waarvoor ze dus worden getest.

• Rationalisering;
Dit proces doet zijn intrede wanneer er nagedacht wordt hoe een product het beste kan inspelen op de consument. Hiervoor worden inzichten van de wetenschap en de technologie gebruikt. Zo kan men bijvoorbeeld door reclame kinderen zover krijgen dat ze eten x willen hebben (door wetenschap onderzocht dat als kinderen zeuren zij ouders zover krijgen). Ook kan er dan in dat eten x bepaalde stoffen zijn toegevoegd (technologie).

• Specialisering;
Steeds meer mensen krijgen verstand van steeds minder. Je bent ook afhankelijk van de kennis van de ander. Dit leidt tot democratie.

• Versplintering.
Dit proces is het zoeken naar zingeving en religie. Doordat er zoveel aanbod is, heb je de keuze. Je zou kunnen zeggen dat we lijden aan het aanbod, we maken namelijk niet meer met harstocht een keuze. Wij gaan niet meer echt voor een bepaald gemeenschap. Dit is het effect van individualisering. Er heerst een onvoldoende wij-besef en er onstaat veel eenzaamheid (en ook gezinsleven verandert door scheidingen etc.).

Postmodern' is een term die verwijst naar het hedendaagse resultaat van bovenstaande processen. Onze samenleving is dan een ‘postmoderne samenleving'. Dit is echter een verwarrend, aangezien onze samenleving juist het resultaat is van bovenstaande processen en dus niet post-modern.
Postmodern en hedendaags is het gegeven dat weinigen nog vertrouwen hebben in de maakbaarheid van een ideale samenleving. Iedere verwoording van het ware, goede en schone, is maar betrekkelijk, zegt de postmoderne mens.

Democratisering

Atheense democratie (600-300) De Atheense democratie kun je wel een poging nomen om de aristocraten onder de duim te houden. De burgers hadden het voor het zeggen. Kenmerken van de Atheense democratie De volksvergadering en de raad — De Ecclesia werd gevormd door alle mannelijke burgers boven de twintig jaar die in Athene waren geboren. Zij kwam tien maal per jaar bijeen. Ze had een regelgevende functie en oefende controle uit op de ambtenaren. Uit haar leden koos de Ecclesia elk jaar de “Raad der vijfhonderd”. Uit deze 50 mochten er elk jaar 50 regeren. Eén lid van deze 50 werd als voorzitter benoemd, maar mocht maar 1 dag de voorzittersrol bekleden. Dit had als voordeel dat er geen vriendjespolitiek was. Het nadeel was dat er een gebrek aan ervaring was simpelweg omdat iemand geen ervaring op kan bouwen als diegene maar één dag aan de macht is. Uit de volksvergadering kwam ook een Rechtbank voort dat bestond uit 5001 mannen.

Romeinse democratie (500-44) De Romeinse Republiek is een verbeterde versie van de Griekse polis, hoewel ook in de Republiek, net als in Athene, aanhoudend spanningen bestaan tussen de aristocratie (patriciërs; grootgrondbezitters) en de burgers (plebejers); regeren in de Romeinse Republiek vooral de patriciërs; pas in 336vC wordt een burger gekozen. In 44vC benoemt Julius Caesar zichzelf tot ‘dictator voor het leven’, maar al een maand later wordt hij vermoord; er volgt een burgeroorlog die in 27vC eindigt als Octavianus, de achterneef en adoptiezoon van Ceasar, ingrijpt. Hij ontvangt van de Senaat ontvangt zowel de eretitel ‘Augustus’ (de verhevene) als een aantal keizerlijke bevoegdheden; vanaf dan zal het keizerrijk steeds meer als een monarchie functioneren.

Amerikaanse revolutie (1776) en Franse revolutie (1789)

John Locke (1632-1704), beweerde dat een legitiem gezag alleen tot stand kan komen met toestemming van de onderdanen. Dit illustreert waar het allemaal mis is gegaan in de Amerikaanse en Franse revolutie.

Amerikaanse revolutie (1776)

Vermogende heren, veelal kooplieden uit de noordelijke koloniën en landeigenaren met slaven uit de zuidelijke, sloegen de handen ineen om zich te verzetten tegen de belastingverhoging die was ingevoerd door het Britse parlement. Zoals gebruikelijk was de belastingverhoging het gevolg van oorlogsschulden. De vermogende heren in de Groot-Brittannië waren van mening dat de vermogende heren in Noord-Amerika wel een deel van de kosten voor hun rekening konden nemen. Veel Amerikanen tekenden bezwaar aan, er werd een leger opgericht (dat de Amerikanen bekostigden door zichzelf belasting op te leggen) en de Amerikaanse Revolutie (1775-1781) was al snel een feit. De Amerikanen wonnen, mede doordat de strijd in Amerika de Britten handenvol geld kostte en de Amerikanen door de Fransen werden gesteund. De Fransen geven zelfs een cadeau namelijk het vrfijheidsbeeld aan de Amerikanen.

Franse revolutie (1789)

Dit laatste zou de Franse koning overigens al snel berouwen. In de jaren zeventig was de Franse elite reeds uiteengevallen: een groot deel van de aristocratische landeigenaren, stedelijke kooplieden en ambachtslieden steunde de monarchie niet meer en wilde verlost worden van wetten, belastingen en handelsbeperkingen, waar de koning uiteraard geen oor naar had. In de jaren tachtig weigerden bankiers, de katholieke Kerk en rijke aristocraten de staat nog langer geld te lenen, waarna de koning een slapende instelling, de Staten-Generaal, wakker schudde en de opdracht gaf hem te helpen bij het heffen en innen van de belastingen. Hiermee gooide hij natuurlijk alleen maar olie op het revolutionaire vuur. “De koning viel”.

Afschaffing van slavernij en lijfeigenschap (19de eeuw)

§         In de jaren twintig werd, vrijwel direct na de onafhankelijkheid van Spanje, de slavernij afgeschaft in Chili en Mexico.

§         Met de revolutie van 1848 gebeurde hetzelfde in het Franse Rijk, waardoor ruim 300.000 slaven hun vrijheid kregen.

§         In het Nederlandse Rijk kwam de afschaffing in 1867.

§         In Spanje (in de praktijk Cuba en Puerto Rico) kwam de afschaffing in 1886.

§         In Brazilië zou de slavernij tot 1888 in stand blijven, maar toen zorgde de immigrantenstroom uit Portugal en Italië ervoor dat er genoeg arbeiders waren die betaalde arbeid konden verrichten op de koffieplantages.

§         Het aantal vrijmakingen in Rusland was vele malen groter dan die in de rest van de wereld bij elkaar. Hoewel er in Rusland wel degelijk slaven waren, bestond het arbeidsleger vooral uit lijfeigenen. Ze waren het wettige bezit van landeigenaren of van de staat. In 1797 waren ongeveer 20 miljoen lijfeigenen in particulier bezit en 14 à 15 miljoen boeren waren het bezit van de staat. Deze laatste groep had iets meer vrijheid, maar moest wel dwangarbeid verrichten. In 1861 werd de bevrijding officieel aangekondigd. In Rusland werden dus ongeveer 50 miljoen mensen in vrijheid gesteld, zij het dat deze bevrijding zeer geleidelijk verliep en dat de voorwaarden waaronder die plaatsvond zeer teleurstellend waren voor de lijfeigenen. Maar de gevreesde opstand bleef uit.

 

Overwinning van de liberale democratie (1989)

In de jaren zeventig zaten de Sovjets in economisch opzicht aan de grens van hun kunnen: veel meer kon de door de overheid gestuurde economie niet opbrengen. Nu zowel de welvaart als de legitimiteit van de Sovjet-Unie in verval raakte, kon Michael Gorbatsjov (geboren in 1931), die in 1985 de leiding overnam, weinig anders doen dan de teugels wat te vieren: de burgers kregen meer informatie en meer vrijheid van meningsuiting. Door de samenleving in contact te brengen met nieuwe ideeën en technologieën, zou de economie misschien weer opleven. De Sovjets verloren de Koude Oorlog, en de oorzaken waren dezelfde als die van de nederlaag van de As- mogendheden in de Tweede Wereldoorlog: Ze konden geen economie ontwikkelen die kon wedijveren met de economie van de Amerikanen en hun bondgenoten. Ze bleven te zeer hangen in het streven naar onafhankelijkheid. En omdat Gorbatsjov het overwon van de oude partijleden en zijn rivalen, kon de Sovjet-Unie de Koude Oorlog in vrede verliezen. Vandaar de naam Fluwelen revolutie: omdat het zo vreedzaam verliep.

 

Verder nog 3 instrumenten van democratie: de fallangs, galjoen en de musket. Symboliseert: Met zijn allen overwinnen.

Specialisatie omdat er genoeg voedsel is

Specialisatie

Iedere beschaving draait om teveel eten. Dit wil zeggen dat er alleen een beschaving op kan komen, als er voldoende voedsel is (dus niet alleen jezelf van voedsel voorzien maar ook de anderen). Als er genoeg voedsel voor iedereen is, hoeft niet iedereen zich daarmee meer mee bezig houden. Op deze manier kan men zich specifiek richten op een bepaalde taak: er wordt overgegaan op specialisatie.

Voorbeelden van specialisatie:

·        Jagers en verzamelaars gaan zich concentreren op landbouw en veeteelt. Zo ontdekken zij dat geiten, schapen, varkens, runderen niet gelijk geslacht hoeven te worden, maar eerst in bezit te hebben en dan te profiteren van wol, melk, kaas of het trekken van ploegen etc.

·        Van een nomadisch bestaan naar een vaste nederzetting. De mens leert om voedsel te bewaren en te produceren. Gevolgen hiervan:

o       grotere gemeenschappen: veel mensen profiteren van tijdelijke overschotten van rendieren, zalm of walvissen, of van een overvloed aan wild graan

o       mensen moeten in de buurt van de opslagplaatsen blijven

o       mensen besteden meer aandacht aan de huizen waarin zij wonen

  •  mensen houden vrije tijd over: tijd voor rituelen, kunstzinnige activiteiten en feesten ter bekrachtiging van prestige

Negatieve gevolgen van een nederzetting:

Nederzettingen zijn kwetsbaarder:

- kwetsbaar voor besmettelijke ziekten (men leeft bij het eigen vuil en afval)

- graanakkers kwetsbaar voor virussen, insecten, droogte, hagel, overstroming

- graanschuren doelwit van rovers, wat de professionele strijder doet ontstaan

- samenleving splitst zich op in klassen van priesters, strijders en boeren

Palestina is een voorbeeld van de eerste nederzetting op aarde.

Uitzondering: de Papoea's hebben zich niet gespecialiseerd. Zij konden voedsel niet opslaan (knollen die rotten).

Eerste handelsgemeenschappen

China de eerste handelsgemeenschap. Kernwoorden die deze tijd beschrijven:

·        Rijstvelden

·        Machtigste handelsland

·        Bewerken land

·        Thee: gekookt water

·        katoenen kleding wat gewassen kon worden

·        muntenstelsel

·        hadden alles

·        Chinese vloot

·        Grote mate van vreedzaamheid

·        Mandarijnen stonden grote ondernemingen niet toe (het moesten familiebedrijven blijven)

 

Handel in het Islamitisch Rijk. Kernwoorden die deze tijd beschrijven:

·        Handel staat voorop: Mohammed kwam ook oorspronkelijk uit handel

·        Kamelen konden maar een kleine last dragen en vertrapten droog gebied

·        Plunderaars

·        Religie belangrijker dan materiële zaken

Europa de machtigste handelsgemeenschap. Kernwoorden die deze tijd beschrijven:

·        Er was geen baas, er was niemand op tegen te houden daarom grote ondernemingen (2 families met elkaar)/

·        Aandelenkapitaal

·        Land indelen in 3 gebieden om te oogsten te zaaien en te ploegen

·        Deal sluiten waar beiden profijt van hebben

Globalisering: Het netwerk op aarde

Globalisering

Globalisering is het netwerk op aarde. Uitwisselingen vinden plaats zoals:

·        Utwisseling van goederen  

o       Beschaving eist dat spullen worden uitgewisseld

o       Door containers kon er veel worden vervoerd

o       Stoomboten konden graan vervoeren, een kameel en zeilboot luxe dingen

·        Uitwisseling van epidemieën

o       Pest: 1/3 van alle Europeanen en de inwoners uit Azië overleed

o       Bof, mazelen, pokken: 90% van de bevolking overleed

o       Tyfus, cholera, tuberculose“viezigheidsziekten” doordat er teveel mensen op éénzelfde plek leefden

o       Spaanse griep: 40 miljoen overleed (meer dan in de oorlog overleden waren)

·        Uitwisseling van dieren en gewassen

o       In Zuid Amerika o.a.: aardappelen en maïs,

o       In China/Ethiopië en daarna naar Brazilië: koffie

·        Uitwisseling van arbeiders  

o       Slavernij: 25 miljoen gevangen genomen, 10 miljoen overleden. Toen Amerikaanse revolutie er was, was de slavenhandel ook op een hoogtepunt.

o       Migraties: Door de nieuwe transport- en communicatiesystemen was reizen in de negentiende eeuw aanzienlijk aantrekke­lijker geworden.  De afschaffing van de slavernij veroorzaakte eveneens een omvangrijke migratie.

Schokeffect van globalisering

Het Paaseiland, die zijn bekendheid dankt aan kolossale beelden van zelfs 9 meter hoog, kan het schokeffect van globalisering genoemd worden. Het eiland heeft namelijk een drastische verandering ondergaan. De bewoners op het eiland dachten dat zij de enigen waren op de wereld. Pas in 1722 kwam een einde aan deze gedachte toen Jacob Roggeveen (Nederlander) met zijn schip op het eiland verscheen. Daarna verscheen 140 jaar later de Peruanen om  een derde van de totale bevolking mee te nemen die als slaven konden werken. De slaven die van het eiland waren gehaald en terugkeerden naar hun eiland namen pokken en andere ziekten mee. Ook het Christendom werd op het eiland door een zendeling aan de eilandbewoners overgebracht. Hun vroegere religie en het geheim van hun beeldhouwkunst verdween voorgoed.

Na globalisering anti-globalisering

Tot WOI was er een globalisering als nooit tevoren!

Na WOI merkt Europa dat je afhankelijk moet zijn (streven naar autarkie en nationalisme). Een kenmerk hiervan is een krachtige overheid (Lenin en Mousullini). De WOII kwam als gevolg van de anti- globalisering. Het streven van de landen als Japan, Duitsland en Italië om zelfvoorzienend te zijn.  

Bureaucratisering

Een rijk moet aan bepaalde eisen voldoen om te kunnen blijven bestaan. De Soemerische bureaucratie is een mooi voorbeeld van een rijk welke bureaucratisch gezien erg goed geregeld was. Andere volken namen de cultuur over.

Kenmerken van de Soemerische steden:

·         Goddelijkheid werd toegeschreven aan diegene die regeerde (priester-koning) (dit werd niet overgenomen door China en Israël)

·         Ambtenarenapparaat: de koning besteedt taken uit

o       de ambtenaren zorgen o.a. voor distributie voedsel: gevolg hiervan was dat er een boekhouding nodig was, waarvoor het spijkerschrift was ontwikkeld.

·         Een kalender en wiskunde werden ontwikkeld voor de planning van de distributie van het voedsel

·         De goddelijke wil en woede werden geprobeerd te ondergronden

·         Een wet (op schrift) werd ontwikkeld om de misdadigers te straffen, dit had een preventieve werking. Er was een rechtbank die tussen de partijen bemiddelde.

o       Niet iedereen was gelijk voor de wet. Een misdaad tegen iemand van de hogere klasse werd zwaarder bestraft. Ook een misdaad dóór iemand van de hogere klasse werd zwaarder bestraft.

Rijken kwamen op door goede transportmogelijkheden. Voorbeelden van belangrijke transportroutes uit de geschiedenis:

·         Karavaanroutes Lokale machthebbers, die onder druk van de steden stonden, merkten dat zij via rondtrekkende handelaren aan goederen konden komen waar een tekort aan was (bijv. metalen en hout).

o       Een voorbeeld van een Karavaanroute is de oude Zijderoute. De oude Zijderoute liep door heel Azië, van Noord-China tot de kustgebieden rond de Middel­landse en Zwarte Zee. Het was tevens de route waarover niet alleen de Islam, het Boeddhisme en het Christendom, maar ook katoen, meloenen, kersen, citrusvruchten, de pokken, de builenpest, wapens, buskruit en stijgbeugels verspreid werden.

·         Wegenstelsel

o       De Romeinen zijn het voorbeeld van een uitgebreid wegenstelsel (namelijk 300.000 km). De wegen hadden als belangrijkste rol om militaire troepen en materieel zo snel mogelijk te kunnen verplaatsen. Karakteristiek voor de wegen is de hoogte en hoe ze eruit zien, namelijk aflopend naar de zijkanten: bestand tegen slecht weer.

o       De Inca’s hadden een minder lange wegstelsel (25.000-40.000 km), maar hadden de wegen goed georganiseerd (door twee hoofdwegen te hebben en daarnaast allemaal vertakkingen).

·         Waterstelsel In China kwam er met de Grote Kanaal een veilige en goedkope transportweg . De keizerlijke bestuurders konden nu met kanaal­boten hun belastingen in natura innen, wat voldoen­de middelen opleverde om de legers langs te onderhouden.

 

Groot-Brittannië is een voorbeeld van logistieke vernieuwingen. Doordat het logistiek allemaal goed was geregeld (alles goed te bereiken was), kwam er behoefte aan steeds meer goederen. Dit zorgde voor het begin van de Industriële revolutie. Er was behoefte aan fabrieken, waardoor de stoommachine zijn intrede deed.

Imperial overstretch doet zich voor als een rijk te groot is om zich te kunnen verdedigen. De Verenigde Staten is toonaangevend wat betreft geld uitgeven aan defensie. Zij geven geld aan het leger uit wat ongeveer gelijk is aan alle landen bij elkaar. Lenen is daar vanzelfsprekend geworden, van landen als Japan en China. De inwoners van de VS kunnen het maar net bolwerken. Als de rente stijgt, stoppen Amerikanen met consumeren: grootste angst in de wereldeconomie. Dekonolisatie is gevolg van imperial overstretch. Dit resulteerde in de volgende konolisatiegolfen:

·         Eerste dekolonisatiegolf — In het westelijk deel van Eurazië had de Eerste Wereldoorlog een einde gemaakt aan het Russische, het Ottomaanse en het Oostenrijks- Hongaarse Rijk.

·         Tweede dekolonisatiegolf — De tweede golf deed zich voor tussen 1943 en 1975 en resulteerde in de onafhankelijkheid van de meeste koloniën.

·         Derde dekolonisatiegolf — Het volgende stadium van dekolonisatie viel samen met de instorting van de Sovjet-Unie.

Militarisering in de geschiedenis

Belangrijke punten om te onthouden in het kader van militarisering in de geschiedenis

·         De overgang van de priester- koning naar strijder- koning

De priesters hadden niet langer de leiding. Dit hadden de priesters aan zichzelf te danken, omdat zij ervoor hadden gezorgd dat er overschotten waren ontstaan. (beschavingen/ steden komen op als er teveel eten is) Een gevolg hiervan was namelijk dat er ook plunderaars kwamen om de goederen in beslag te nemen. De beroepskrijgers moesten deze plunderaars tegenhouden. Dit lukte ze erg goed waardoor zowel de soldaten en boeren steeds meer een belangrijke positie in konden nemen. De priesters zwakten daardoor af in hun macht.

·         Drie levensstijlen, namelijk herderlijk, agrarisch en stedelijk, botsten voortdurend met elkaar

Dit speelde een belangrijke rol in de latere Euraziatische en Afrikaanse geschiedenis en duizenden jaren lang de politieke en militaire aangelegenheden zou beheersen. De stedelingen hadden superieure wapens en gespecialiseerde krijgers, die soms ook een onderlinge strijd konden aangaan. Lokale boeren waren niet bestand tegen het georganiseerde geweld van de herders en de professionele krijgers uit de steden. Overgave was onvermijdelijk en beter dan verzet. De boeren verkeren vanaf ongeveer 2500 v. Chr. in een ondergeschikte positie brengen en de stedelijke beschaving handhaven, een situatie die duizenden jaren en bijna tot in onze tijd in stand zou blijven.

·         Drie militaire innovaties:

o       de strijdwagen voortgetrokken door paarden, plaats voor een boogschutter en een menner.

o       ijzeren pantsers en wapens. Voor het eerst in de geschiedenis had een plattelandsmeerderheid een belang in de stedelijke ruilhandel

o       boogschutters te paard

(drie belangrijke uitvindingen geschiedenis: buskruit, boekdrukkunst en kompas)

·         Opkomst van de Atheense democratie

Van individuele krijger naar een gezamenlijke overwinning. Falanx: met acht rijen dik, als één blok de vijand aanvallen. Galjoenen vielen vijandige schepen aan door die te rammen, dus snelheid en beweeglijkheid waren essentieel.

·         Opkomst van de Romeinse democratie

 

De legers werden opgesplitst in kleinere eenheden, zogeheten manipels, die ook op lastig terrein een gesloten formatie konden houden. Daarnaast werden de zware speren van de Griekse en Macedonische falanxen vervangen door lichte werpspiesen en zwaarden.

·         Opkomst van de moderne democratie

Het was doeltreffend om musketiers in het gelid te zetten en salvo´s te laten afvuren.

·         Volksverhuizingen en riddercultuur

De Parthen (247 v.Chr. tot 224 n.Chr.) en later de Sassaniden (226-651) in Iran een manier hadden gevonden om zich te beschermen tegen de plunderende nomadenvolken uit het noorden. De plunderende steppevolken zagen zich genoodzaakt uit te wijken naar de minder goed verdedigde grenzen van de Chinese Han-dynastie (202 v.Chr. tot 220 n.Chr.) in het oosten en van het Romeinse Rijk in het westen. Een kettingreactie ontstond waarbij het ene steppevolk het andere op de vlucht deed slaan en de verslagenen op hun vlucht weer een volgend volk verdreven. Dit verklaart de lange reeks nieuwkomers die tussen 200 en 1000 in Oost-Europa arriveerden. De Hunnen, Avaren, Bulgaren, Khazaren, Petsjenegen en Magyaren die plunderend Europa binnentrokken, waren in feite vluchtelingen die vanuit het oosten werden opgedreven door andere nomadenvolken (effectieve riddercultuur: ontstaan doordat je niet meer verder kunt, dus je moet je dan verdedigen).

·         De militaire revolutie

Voorsprong in macht door:

  • een immense zeevloot;
  • kanonnen en vestingwerken;
  • een goed getraind, gedisciplineerd en permanent leger;
  • een geoliede logistieke organisatie waarmee een leger van enkele duizenden soldaten (en tienduizenden paarden) ondersteund kon worden.
·         De gevolgen van de militaire revolutie

De verspreiding en ontwikkeling van de militaire vernieuwing waren zeer ongelijkmatig verdeeld. Werktuigen, wapens en financiële systemen kwamen tot stand in de context van bestaande (en zich ontwikkelende) samenlevingen en milieus. Deze ecologische, sociale en culturele beperkingen verklaren de ongelijkmatige verspreiding van de militaire revolutie. Voorbeelden:

  • In Egypte, waar geen hout was, was het lastig om een vloot te bouwen.
  • Ongeletterde samenlevingen konden onmogelijk een bureaucratie ontwikkelen.

§         Het effect van de militaire revolutie was drieledig:

  • Ten eerste versterkte de militaire revolutie de centrale macht en bevorderde ze de opkomst van moderne staten.
  • Ten tweede bereidde de militaire revolutie de weg voor de West-Europese staten die vanaf 1750 wereldmachten werden.
  • Ten derde betekende de militaire (en fiscale) revolutie het einde van de macht van de nomaden.
§         De militaire gok van Duitsland en Japan in WO II

De Tweede Wereldoorlog was het grootste en vernietigendste gewapende conflict in de geschiedenis. Er waren tientallen landen bij betrokken, maar in feite was de oorlog een combinatie van vier afzonderlijke conflicten:

  • 1. ruzie tussen Japan en China,
  • leidde in 1937 tot een grootschalige oorlog leidde. Om de oorlog in China te kunnen voortzetten had Japan de Indonesische olie nodig, die toentertijd nog in handen was van Nederland. In augustus 1941 besloten de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland gezamenlijk de olieverkoop aan Japan te beperken, wat de Japanners bewoog tot een wanhoopsdaad: de aanval op Pearl Harbor en een tweede front aan de andere kant van de Grote Oceaan. De Japanners wisten dat ze de Verenigde Staten nooit zouden kunnen verslaan, maar ze dachten de Amerikaanse marine lang genoeg bezig te kunnen houden om een onaantastbare machtspositie in Oost-Azië te verwerven,
  • 2. Hitler aan de macht in Duitsland
  • 3. Duitsland bezette Frankrijk,
  • Hitler breidde de oorlog uit en viel de Sovjet-Unie binnen, wat net als de Japanse aanval op Pearl Harbor een levensgrote gok was. Hitler haatte de Slavische volken en de joden, en door de Sovjet-Unie aan te vallen probeerde hij die volken van de aardbodem te vagen. Bovendien konden Duitsers zich dan in het dunbevolkte Rusland vestigen, wat Duitsland een grotere onafhankelijkheid zou opleveren.

·               Koude oorlog

Het Amerikaanse bedrijfsleven ging na 1945 voorop in de campagne voor een snelle (maar onvolledige) economische herglobalisering. Stalin had weinig vertrouwen in deze campagne. Stalin wilde een naoorlogse wereldorde die hem zou garanderen dat de Sovjet-Unie nooit meer zou worden geconfronteerd met verschrikkingen als die uit de periode 1914-1945. De Sovjets verloren de Koude Oorlog. Ze konden niet wedijveren met de economie van de Amerikanen en hun bondgenoten. Ze bleven te zeer hangen in het stalinistische streven naar economische onafhankelijkheid.

·         De grote uitzondering in de geschiedenis: de minoïsche beschaving

De eenzijdige aandacht voor handel en niet voor oorlogvoering brak de Minoërs uiteindelijk op toen Myceense krijgers het eiland binnenvielen. Hun handel met de Myceense stammen in Griekenland hadden deze stammen tot ontwikkeling en verstedelijking gebracht, met als uiteindelijk resultaat dat deze stammen sterk en zeewaardig genoeg waren geworden om de Minoërs te beroven. Precies dit was het verschil: de Myceners waren oorlogszuchtige rovers, gehard door de praktijken van het vaste land, de Minoërs waren handelaars gebleven, onbezorgd door de isolatie van het eiland.

Religie is iets van alle tijden

In deze cursus is de religie besproken. Religie is van alle eeuwen en niet meer weg te denken. Om te overleven gebruiken mensen de vijf zintuigen, maar zij hebben ook sterk behoefte hebben aan een extra dimensie. Veel mensen geloven daarom dat er iets moet zijn. Het is wel opvallend dat de rest van de wereld meer waarde hecht aan dit iets, dan Europa. De vragen zijn dan ook: Heeft Europa wat gemist? Of loopt Europa juist voor? Denkt Europa te nuchter?

Vroeger, in de 18e eeuw (de tijd van de verlichting) werd er onder leiding van het Marxisme (grondslag voor het moderne communisme), alleen naar het nuchtere verstand gekeken. Spinoza (Nederlandse filosoof ook in de 18e eeuw) deed daar nog een schepje bovenop door te concluderen dat de mensen net als rekenmachines zijn: er zijn weinig onderlinge verschillen en alles is logisch te verklaren. Maar al snel bleek dat verstand ook betrekkelijk is, er zijn altijd ideeën die niet bewezen kunnen worden. Er worden veel aannames gedaan. Ook in de psalmen worden veel vragen gesteld in de vorm Waarom? Er wordt veel getwijfeld. Uiteindelijk houden mensen zich vast aan iets wat ze niet los kunnen maken. Dit vond ik een erg treffende uitspraak die mij is bijgebleven. Ik vind het een goede omschrijving van een religie of geloof.

Maar wat betekent de term religie nu? Dat is de zichtbare uitdrukking van een bepaald geloof. Het is een heel eigen persoonlijke levensstijl. Iemand stemt zijn leven erop af. Religie geeft een enorme boost.
Geloof is dan de zekerheid van wat je hoopt en de overtuiging van wat je niet ziet. Op hoop gaat iemand zijn leven niet aanpassen er moet zekerheid. Zo kan iemand hopen dat er een goede God is, maar als hij ook gelooft dat er een goede God is, dan zal hij ook de stap nemen om te bidden etc. Geloof is voor veel mensen een laatste strohalm en is erg fragiel en kwetsbaar. Priesters hebben hierdoor steeds meer gezag verkregen. Zij weten namelijk wat God gunstig stemt en kunnen rampen afwenden. Dit is een belangrijke factor in de geschiedenis, maar ook van nu.

Over macht gesproken: wie is nu de baas een politiek of religieus leider? Dit is een discussie die centraal staat tussen de twee groepen: de Soennieten en de Sjiieten. De Soennieten (90% van de moslims zijn Soenniet, Irak en Iran uitgezonderd) vinden dat een religieus en politiek leider strikt gescheiden dient te houden. Dit wil met andere woorden zeggen een scheiding tussen moskee en Staat. De aanhangers zijn vooral te vinden in Egypte en Turkije. Deze stroming is nu in de minderheid (vroeger waren zij in de meerderheid).
De Sjiieten vinden dat de geestelijke leider ook politiek leider dient te zijn. Zo vinden zij ook dat er ook meer Islam in de Grondwet dient te komen. De aanhangers zijn vooral te vinden in Irak en Iran. Sadam Hoessein was een Soennitisch leider in een voornamelijk Sjiitisch land.

Een zelfde discussie over de verdeling van macht zou je kunnen vergelijken met die van de 80 jarige oorlog: hoe machtig is de paus? Een protest tegen de macht van de paus volgde.

Verder is duidelijk dat een religie niet in de verdrukking moet komen, want dan gaat deze terugbijten. Is de eer aangetast, dan gaan mensen radicaliseren (denk aan aanslagen plegen, radicale moslims etc.). Is er geen identiteit meer, dan zoeken mensen toevlucht naar het oude denken die politiek achterhaald is (denk aan de Taliban taferelen, gebaseerd op oude moslim denken in de 7e eeuw na Christus).

Kortom religie speelt een belangrijke rol in de geschiedenis en zal dat altijd blijven spelen. Iedereen wil zijn eigen waarheid verkondigen en dit kan erg botsen met die van een ander. Deze spanningen spelen vandaag de dag, maar speelden ook al in het verre verleden.

Even uitleggen

De cursus wereldgeschiedenis wordt 8 keer gegeven (om de week). Na elke bijeenkomst zal ik iets vastleggen op dit log. Ik vind het wel spannend zo'n log.. Het gaat in de cursus achtereenvolgens over: religie, militarisering, bureaucratisering, globalisering, specialisering, democratisering, (post)modernisering (veel met een ing dus) en (post)industralisatie. Ik volg deze cursus als onderdeel van mijn minor: de derde verdieping. Wat in het kort neerkomt op levend leren. Dus meer op dingen ingespeeld waar je wat aan hebt en die je bijblijven door te snuffelen aan de praktijk. Ik heb voor deze cursus gekozen, omdat ik graag wil weten wat nu de belangrijkste gebeurtenissen zijn en of er conclusies, oorzaken en verbanden te ontdekken zijn. Zo hoop ik dat het me veel beter bijblijft. Om dingen van nu te begrijpen moet je soms je blik naar achteren werpen, je nek omdraaien naar het verleden!   

Test

Dit is een test. Hoop dat dit zo goed gaat. Deze weblog gaat heel veel geschiedenis bevatten. Ik volg nu namelijk de cursus wereldgeschiedenis. Dus be prepared!